| |
|
|
| |
|
De kinderen een goede basis mee te geven voor hun toekomst in deze maatschappij. We gaan uit van de positieve/protectieve factoren van het kind en zijn omgeving. We willen kind en ouders toekomstperspectief bieden. Het aanleren van kennis en vaardigheden. Aandacht voor persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden. Het creëren van een veilige sfeer en een uitdagende leeromgeving. Het aanleren van een open houding en respect voor andere mensen, culturen en religies. |
|
|
Kleine Kern, samen met elkaar voor iedereen |
|
|
- De kinderen een goede basis mee te geven voor hun toekomst in deze maatschappij.
We gaan uit van de sterke kanten van het kind en zijn omgeving; d.w.z. dat we alle kansen van de kinderen willen benutten om zodoende de eventuele negatieve kanten te compenseren, naast het verder ontplooien van die sterke kanten.
We willen kind en ouders toekomstperspectief bieden.
Het aanleren van kennis en vaardigheden.
Aandacht voor persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden.
Het creëren van een veilige sfeer en een uitdagende leeromgeving.
Ervoor zorgen dat elk kind met plezier naar school gaat.
Het aanleren van een open houding en respect voor andere mensen, culturen en religies.
|
|
|
Aan ons de taak om:
Dit kind te begeleiden, sturen, motiveren, inspireren in zijn/haar ontwikkeling op zowel sociaal-emotioneel als op cognitief gebied.
Uit te zoeken welke talenten dit kind heeft.
Hoe dit kind het beste leert.
Dit kind uit te dagen zijn/haar mogelijkheden uit te buiten.
Respect voor de medemens bij te brengen.
Dit kind een veilige, vertrouwde en inspirerende leeromgeving te bieden.
Tegemoet te komen aan de mogelijkheden van elk kind.
Dit in relatie tot de eisen welke door de maatschappij aan zijn mensen worden gesteld.
Samenwerking met andere kinderen stimuleren/bevorderen.
Zelfstandigheid van kinderen en het zelfstandig werken bevorderen.
Zelfvertrouwen ontwikkelen d.m.v. positieve waardering op wat een kind kan, doet of heeft gepresteerd.
Kinderen bewust maken van eigen verantwoordelijkheid t.a.v. eigen werk, eigen leren.
Kinderen algemeen aanvaarde normen en waarden bijbrengen. Hoewel de identiteit van de school een RK achtergrond heeft, staan wij open en hebben wij respect voor allen die onze school willen bezoeken om wat wij zijn en wat we te bieden hebben.
In de praktijk geven wij dit vorm door:
Het op respectvolle wijze met elkaar en anderen omgaan.
In zicht geven in gewenst en ongewenst gedrag, acceptabel en niet-acceptabel.
In gesprek gaan met kinderen om gewetensvorming op een goede manier te ontwikkelen.
Een klimaat creëren waarin hulp geven en ontvangen vanzelfsprekend is.
Stimuleren om na te denken en daadkrachtig te handelen t.a.v. andere kinderen in de wereld die minder goed bedeeld zijn dan wij. (acties zoals bijv. de jaarlijkse bosloop, enz.)
Aan deze zaken wordt aandacht besteed door:
Voorbeeldgedrag van leerkrachten/ouders
Catechese- en andere projecten op school.
Vieringen in de school of in de parochiekerk.
Eventuele ondersteuning bij E.Communie en Vormsel.
Het scheppen van een veilig schoolklimaat. (o.a. door het streven naar regelmatige individuele gesprekjes met kinderen
|
|
|
De maatschappij waarin wij nu leven verandert zich in hoog tempo. De mens van nu moet zich, in tegenstelling tot de mens in de oude maatschappijvorm, bewust zijn van zijn/haar plaats in die maatschappij, zijn verantwoordelijkheden kennen en nemen, bewuste keuzes kunnen maken, inzicht hebben in processen, gewapend zijn tegen een aantal gevaren die aan onze moderne maatschappij inherent zijn, multicultureel denken en handelen, omgaan met en toepassen van moderne technieken.
Waar de mens zich in deze maatschappij ontwikkelt van een redelijk passief en afwachtende persoon tot een actieve, zelfbewuste en een voor zichzelf opkomende persoon, is het gevaar aanwezig dat deze mens zich individualistisch en egoïstisch gaat opstellen. Het is daarom mede onze zorg dat elk kind zich tot een sociaal vaardige persoon gaat ontwikkelen.
Het is van groot belang dat elk kind zichzelf respecteert en daarnaast respect en zorg voor zijn medemens en voor zijn leefomgeving ontwikkelt. |
|
|
Maatschappelijke ontwikkelingen vragen een heroriëntatie op de opvoedkundige taken van de school. Heroriëntatie betekent dat we na moeten denken over de opvoedkundige taak, het begeleiden van kinderen, samen met andere partners. Te denken valt bijv. aan voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang. Daarmee wordt de rol/taak van de ouders niet minder belangrijk, maar hun zorgtijd wordt minder. Aan ons de opdracht om hier, samen met de andere partners, een ander aanbod aan te geven. |
|
|
Vanuit onze visie op het kind, maatschappij en opvoeding werken we aan een schoolconcept waarin recht wordt gedaan aan het kind van vandaag. Eisen die aan kinderen gesteld worden moeten realistisch zijn. We richten onze aandacht niet op wat het kind niet kan, maar op de kleine stapjes die het kind in zijn eigen ontwikkeling vooruit zet. Zo willen we de kinderen in de acht jaren dat zij onze school bezoeken, de kans bieden om zich te ontwikkelen tot zelfbewuste personen, die weten hoe ze het beste kunnen leren, zich verantwoordelijk weten voor hun eigen leren, hen vaardigheden aanleren die zij kunnen gebruiken.
We willen een aanzet geven tot morele en creatieve ontwikkeling. We willen hen helpen om tot zelfstandige en sociaalvaardige mensen uit te groeien, zodat zij op evenwichtige manier hun weg in deze maatschappij zullen kunnen vinden en hun verantwoordelijkheid hierin kennen en ook willen nemen. Wij willen de kinderen leren samenwerken, terwijl ook het zelfstandig kunnen werken hoog in ons vaandel staat.
We bouwen coöperatieve werkvormen in, samenwerkend leren, maar leren hen ook om hun eigen werk goed te plannen. We laten kinderen zoveel mogelijk op hun eigen niveau werken; dit betekent dat het klassikale lesgeven steeds minder wordt en de instructie aan kleine groepen of zelfs individueel steeds belangrijker wordt. We gaan uit van een goede klassenorganisatie en een doelmatige inrichting van de klaslokalen.
We benutten de leertijd zo optimaal mogelijk. Hoe meer leerlingen zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor hun eigen leren, des te duidelijker verandert de rol van de leerkracht van docerend, controlerend en sturend naar begeleidend, coachend, motiverend, enz.. Heel belangrijk blijft de relatie: leerkracht - leerling en de relatie: leerling - leerling. |
|
|
Wanneer we de verschillende toekomstscenario's, waarin basisscholen zich kunnen bevinden, naast elkaar bekijken, constateren we dat wij met onze school voor een deel in scenario 2 zitten, maar ook al elementen van scenario 3 in ons onderwijs hebben ingevoerd.
Scenario 1: We blijven dicht bij het bestaande
Het rooster bestaat uit vaste onderdelen met daarin de vertrouwde vakken. De leerkracht geeft klassikaal instructie, waarbij de leerlingen veelal op dezelfde plaats zitten. Alle leerlingen werken tegelijkertijd, in een door de leerkracht aangegeven tempo op eenzelfde manier naar hetzelfde, van te voren vastgestelde resultaat toe. De school gebruikt landelijk genormeerde toetsen om de resultaten vast te leggen en eventuele uitvallers op te sporen.
Scenario 2: We werken grotendeels klassikaal
In dit scenario wordt een deel van het activiteitenplan flexibel ingevuld. De leerkracht werkt grotendeels klassikaal. Leerlingen worden door het voorgeschreven programma gestuurd naar het behalen van resultaten op methodegebonden toetsen. De volgorde van programmaonderdelen en de tijd die leerlingen hieraan besteden, kan per leerling wisselen. De methodes worden af en toe losgelaten en de leerlingen zitten op gezette tijden in hoeken in de klas, waar ze zelfstandig mogen werken. De landelijk genormeerde toetsen dienen als selectiemiddel.
Scenario 3: We werken voor het merendeel niet-klassikaal
In scenario 3 is de invloed van de leerling op het leerprogramma groot. De leerkracht geeft weinig klassikale instructie, maar begeleidt de leerlingen binnen kleinere groepen. Naast bijvoorbeeld internet, de leerkracht en de bibliotheek is de methode één van de leerbronnen. Leerlingen werken vaak zelfstandig en bepalen zelf wanneer ze waaraan werken. De leerlingen worden gevolgd door te toetsen wat ze leren om de voortgang van het leerproces te bevorderen. Regelmatig wordt in verschillende groepen of klasoverstijgend gewerkt.
Scenario 4: We nemen alles onder handen
In scenario 4 wordt alles onder handen genomen. Hier is geen sprake meer van een vastliggend rooster. De leerlingen kiezen zelf een arrangement uit een groot aantal mogelijkheden, de groepen werken door elkaar heen op allerlei plaatsen binnen en buiten het schoolgebouw. Moderne middelen, zoals portfolio's, worden gebruikt om proces en opbrengst te volgen, vooral bedoeld om de leerling zélf te helpen bij het maken van keuzes. De leerlingen worden gecoacht door een vast team van leerkrachten en onderwijsassistenten |
|
|
Ons streven is om in de komende vier jaar scenario 2 te verlaten, zoveel mogelijk gaan werken volgens scenario 3. Mogelijk groeien we op enkele onderdelen al door naar elementen van scenario 4. Het ligt, voor zover we de mogelijkheden op dit moment inschatten, niet in ons streven om compleet door te groeien naar scenario 4. We willen eerst de nodige ervaring met scenario 3 opdoen en dan mogelijk, t.z.t. de verdere ontwikkeling vaststellen.
Kenmerken van ons onderwijs zullen dan zijn:
Aandacht voor elk kind als uniek individu.
Aandacht voor zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind.
Een doorlopende leerlijn voor elk kind.
Dag- en weektaken afgestemd op de mogelijkheden van elk kind afzonderlijk
Veel aandacht voor en gericht inoefenen van de basisvaardigheden
Eigentijdse leermethoden
Uitdagende leeromgeving
Een goede relatie leerkracht - leerling.
Een hoog en positief verwachtingspatroon naar de kinderen toe.
Kinderen hebben plezier in leren en in zich ontwikkelen.
Coöperatieve werkvormen ingebouwd in de dagelijkse praktijk
Optimale benutting van de leertijd
Goede klassenorganisatie en doelmatige inrichting van de klaslokalen
Kinderen zijn, voor zover mogelijk, verantwoordelijk voor hun eigen leren.
Kinderen zijn trots op wat ze presteren en laten dit ook zien. (presentaties, portfolio's)
|
|
|
|
| |
|
|